De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 augustus 2022 een vordering tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Parket van de Procureur des Konings Oost-Vlaanderen. De opgeëiste persoon, een Belgische staatsburger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, wordt gezocht voor het ondergaan van een vrijheidsstraf van zes maanden wegens mishandeling.
Tijdens de procedure is de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en is onderzocht of voldaan wordt aan de dubbele strafbaarheidsvereiste. De rechtbank concludeerde dat het feit van mishandeling ook onder Nederlands recht strafbaar is, waardoor aan deze voorwaarde is voldaan.
Hoewel eerdere uitspraken van de rechtbank zorgen uitten over onmenselijke detentieomstandigheden in bepaalde Belgische gevangenissen, heeft de Belgische overheid een algemene detentiegarantie verstrekt waarin wordt verzekerd dat overgeleverde personen zullen worden opgesloten in cellen die voldoen aan de normen van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT). Op grond hiervan acht de rechtbank het reële gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling weggenomen.
Gezien het voldoen aan de wettelijke eisen en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.