Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
Eiseres heeft bij ING Bank verzocht om verwijdering van haar BKR-registraties met codes A, 2 en 3, die verband houden met betalingsachterstanden en afgeboekte schulden. ING heeft dit verzoek geweigerd, verwijzend naar de wettelijke vijfjaarstermijn voor het bewaren van dergelijke gegevens.
Eiseres startte vervolgens een kort geding, maar de rechtbank oordeelde dat zij de in de Uitvoeringswet AVG voorgeschreven procedure niet had gevolgd, namelijk het starten van een bodemprocedure binnen zes weken na afwijzing van het bezwaar. Daarnaast kon eiseres onvoldoende aantonen dat haar spoedeisend belang groot genoeg was om een kort geding te rechtvaardigen.
De rechtbank nam daarbij mee dat eiseres haar woonsituatie en financiële positie niet voldoende onderbouwde, en dat het stelsel van de AVG en UAVG mogelijkheden biedt om via een bodemprocedure haar rechten te laten toetsen. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot verwijdering van BKR-registraties wordt afgewezen wegens niet gevolgd procedure en onvoldoende spoedeisend belang.