Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[verzoeker 1] ,
[verzoeker 2],
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Wouters, handelsrechter te Amsterdam, omdat zij meenden dat de rechter niet onpartijdig was. Dit verzoek volgde op een situatie waarin mr. Doornbos, gemachtigde van verzoekers, tijdens een mondelinge behandeling om aanhouding vroeg vanwege ziekte, maar de rechter niet direct aanhield. Verzoekers verwachtten dat de rechter het verzoek direct zou honoreren en wraken haar toen zij dat niet deed.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter krachtens zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid kan een grond voor wraking zijn. Echter, een rechterlijke beslissing zelf kan nooit een grond voor wraking vormen, zoals bevestigd door de Hoge Raad in 2018.
Omdat verzoekers feitelijk ontevreden waren over een beslissing van de rechter en geen concrete feiten of omstandigheden aanvoerden die de onpartijdigheid aantonen, werd het wrakingsverzoek afgewezen. Bovendien oordeelde de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek lichtvaardig was ingediend en stelde zij een anti-misbruikbepaling in, waardoor toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekers tegen deze rechter niet meer in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de handelsrechter is afgewezen en een anti-misbruikbepaling is ingesteld.