ECLI:NL:CRVB:2018:1014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek export Wajong-uitkering naar Turkije wegens niet-toepasselijkheid Besluit 3/80
Appellant, een Turkse staatsburger met een Wajong-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, verzocht om zijn uitkering mee te nemen naar Turkije, waar zijn echtgenote woont. Het UWV wees dit verzoek af, en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. Appellant beriep zich op artikel 6 van Pro Besluit 3/80 en het arrest Akdas van het Hof van Justitie van de EU.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat Besluit 3/80 en het Aanvullend Protocol EG/Turkije alleen betrekking hebben op werknemers en hun gezinsleden die verzekerd of werkzaam zijn geweest in lidstaten, en dat de Wajong-uitkering niet gebaseerd is op verzekerings- of werknemerschapperiodes. Appellant ontleent zijn aanspraak aan zijn arbeidsongeschiktheid en ingezetenschap op zijn 17e, niet aan werknemerschap.
De Raad concludeerde dat artikel 6 van Pro Besluit 3/80 niet van toepassing is op de Wajong-uitkering en dat appellant geen aanspraak kan maken op export van deze uitkering naar Turkije. Deze uitleg sluit aan bij het doel van het associatierecht en het EU-uitgangspunt dat niet-premiegebonden uitkeringen door het woonland worden verleend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot export van de Wajong-uitkering naar Turkije is terecht afgewezen omdat artikel 6 van Besluit 3/80 niet van toepassing is op de Wajong-uitkering.