ECLI:NL:RBAMS:2021:3583

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 juni 2021
Publicatiedatum
10 juli 2021
Zaaknummer
13/684203-15
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met twee jaar wegens therapieresistente schizofrenie en hoog recidiverisico

De rechtbank Amsterdam heeft op 22 juni 2021 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de betrokkene, die lijdt aan chronische en therapieresistente schizofrenie en een ernstige verstandelijke beperking. De betrokkene verblijft sinds december 2020 in het Fivoor Forensisch Psychiatrisch Centrum op een zeer intensieve zorgafdeling vanwege zijn extreem vlucht- en beheersgevaarlijke status.

Het adviesrapport van 1 april 2021 van Fivoor FPC concludeert dat de betrokkene vanwege zijn emotionele en cognitieve beperkingen nog lange tijd stabiel moet functioneren voordat afbouw van zorg mogelijk is. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat en een verblijf binnen een FPC met intensieve zorg en toezicht blijft noodzakelijk. De behandeling richt zich op een gefaseerde doorplaatsing naar minder intensieve zorgvormen, maar een langdurige forensisch psychiatrische zorg kan niet worden uitgesloten.

De rechtbank heeft het advies gevolgd en de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar toegewezen. De door de raadsman gevraagde verlenging met slechts één jaar is afgewezen, mede omdat het behandeltraject naar verwachting langer duurt dan één jaar. De beslissing is genomen met het oog op de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar vanwege het hoge recidiverisico en de therapieresistente stoornis.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/684203-15; 23/003950-16
Beslissing op de op 12 mei 2021 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 11 mei 2021 in de zaak tegen:

[terberschikkinggestelde]

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
thans verpleegd in Fivoor Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [locatie te plaats].

De terbeschikkingstelling

Het gerechthof Amsterdam heeft bij arrest van 25 juli 2018 de terbeschikkinggestelde niet strafbaar verklaard ter zake van onder meer de bewezen verklaarde “poging tot zware mishandeling” en “zware mishandeling”, hem ter zake daarvan van alle rechtsvervolging ontslagen en gelast dat hij ter beschikking gesteld wordt, met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. [1]
De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 8 januari 2019.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder het op 1 april 2021 op grond van artikel 6:6:12, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering door FPC de [naam FPC] uitgebrachte adviesrapport, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar, alsmede de daarbij overgelegde aantekeningen.
De rechtbank heeft op 22 juni 2021 de officier van justitie mr. M.L.A. ter Veer, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. M.W. Stoet, advocaat te Den Haag, alsmede de deskundige [persoon], verbonden aan Fivoor FPC de [naam FPC], op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd adviesrapport van Fivoor FPC de [naam FPC] van 1 april 2021 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende ontleend:
Kernproblematiek
De betrokkene is gediagnosticeerd met chronische en therapieresistente schizofrenie van het gedesorganiseerde type en een ernstige verstandelijke beperking. Hij functioneert emotioneel én cognitief op een niveau van een een- tot driejarige.
Behandelverloop en risicotaxatie
Op 10 december 2020 wordt de betrokkene vanuit PPC Zwolle opgenomen binnen Fivoor FPC de [naam FPC] op de zeer-intensieve-zorgafdeling [naam afdeling 1], met een EVBG-status (extreem vlucht- en beheersgevaarlijk). In de vorige kliniek is hij gerecidiveerd in ernstig fysiek geweld. Zijn verstandelijke beperking en sociaal emotionele ontwikkeling staan voorop en uiten zich in frequent grensoverschrijdend en regelovertredend gedrag en agressie. Regelmatig worden momenten van spanning bij hem waargenomen, met name bij begrenzing of wanneer niet in zijn directe behoeftes wordt voorzien. Sinds opname verblijft hij op kamerafzondering en vindt geen contact met medepatiënten plaats vanwege het risico op escalatie door grensoverschrijdend gedrag naar zijn omgeving. De behandeling richt zich de komende periode op het creëren van een passend dagprogramma waarbij de veiligheid gewaarborgd blijft.
Koers en advies
Gezien de kernproblematiek, het behandelverloop en de actuele risicofactoren moet de betrokkene eerst lange tijd stabiel functioneren voordat verdere afbouw van het zorg- en beveiligingsniveau mogelijk is, maar gezien de therapieresistente stoornissen is de verwachting dat dit traject nog vele jaren duurt. Het voorgenomen traject is om de betrokkene, indien incidenten zoveel mogelijk uitblijven, binnen circa een jaar intern door te plaatsen naar afdeling [naam afdeling 2], een kleinschalige afdeling voor patiënten met psychotische problematiek, waar tevens intensieve zorg en begeleiding geboden worden. Het streven is om de betrokkene, als zijn gedrag dit toelaat, via een gefaseerd traject met begeleide verloven, via een klinische forensische setting naar een beschermde woonvorm toe te leiden, waar hij langdurig kan blijven wonen, toezicht geboden wordt en rekening wordt gehouden met zijn verstandelijke beperking. Gedacht wordt aan Pluryn of ’s Heerenloo. Op dit moment is echter niet uit te sluiten dat een traject richting Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg uiteindelijk niet is af te wenden, gezien de therapieresistente stoornissen.
Het advies is de terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor de duur van twee jaar te verlengen. Het recidiverisico is hoog. Voorlopig is verblijf binnen een FPC met intensieve zorg en toezicht noodzakelijk om het recidiverisico te kunnen managen. De afwikkeling van de huidige maatregel neemt meer dan twee jaar in beslag.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
De rechtbank is – gelet op het advies, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De raadsman heeft verzocht de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar. De rechtbank heeft – in navolging van het gerechthof Arnhem-Leeuwarden [2] – als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar, de terbeschikkingstelling in principe verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terberschikkinggestelde] met twee jaren.
Wijst af het verzoek om de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,
mrs. L.R. Wisse en M.M. Prinsen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juni 2021.
De jongste rechter is buiten staat
deze beslissing mede te ondertekenen.

Voetnoten

2.Vgl. o.m. Gerechtshof Arnhem 14 maart 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AV3037, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4953.