ECLI:NL:RBAMS:2021:313
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende inzicht verblijfplaats
Verzoeker ontving sinds augustus 2019 bijstand met toepassing van de kostendelersnorm en gaf op dat hij dakloos was en verbleef op meerdere boten in Amsterdam. Hij diende een verzoek in voor een briefadres en verstrekte gegevens over zijn verblijf op een witte boot in een haven. Handhavingsspecialisten van het college bezochten de opgegeven locatie meerdere malen en konden niet vaststellen dat verzoeker daar daadwerkelijk verbleef, mede doordat verzoeker niet bereikbaar was en niet terugbelde.
Het college trok daarom de bijstandsuitkering per 11 december 2020 in wegens het niet kunnen vaststellen van recht op bijstand. Verzoeker voerde aan dat hij niet de inlichtingenplicht had geschonden en dat het onderzoek onzorgvuldig was, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het college zorgvuldig had gehandeld en dat verzoeker onvoldoende controleerbare gegevens had verstrekt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het aan het college is om aannemelijk te maken dat de voorwaarden voor intrekking zijn vervuld en dat van iemand die dakloos is gevergd mag worden controleerbare gegevens over de verblijfplaats te verstrekken. Omdat verzoeker niet kon aantonen dat hij op de opgegeven locatie verbleef en niet bereikbaar was, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is in het openbaar gedaan door de voorzieningenrechter en griffier, en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.