Uitspraak
In de zaken van verdachten [verdachte 1] , [verdachte 8] , [verdachte 7] en [verdachte 9]
inhoudvan de iPhone. Andere raadslieden hebben zich bij dit verzoek aangesloten en verzocht te bepalen dat zij bij het verhoor van de partner van de kroongetuige mogen aansluiten. De rechtbank wijst deze verzoeken op dit moment af. Een beslissing over de vraag of de verdediging daarbij belang heeft kan namelijk pas genomen worden nadat de kroongetuige zelf over de inhoud van de iPhone is gehoord. Dit is in lijn met de eerdere beslissing van de rechtbank, die reeds in een e-mailbericht van 22 april 2021 aan procespartijen is medegedeeld. In dat e-mailbericht heeft de rechtbank namelijk aan procespartijen laten weten dat ook zij naar aanleiding van de recent verspreide chatgesprekken tussen de kroongetuige en zijn partner, afkomstig van de iPhone, nadere vragen aan de kroongetuige heeft, maar het in de rede vindt liggen dat daarmee wordt gewacht tot het volledige proces-verbaal over deze telefoon – overeenkomstig de toezegging van het Openbaar Ministerie – verspreid is. In dat e-mailbericht heeft de rechtbank verder geschreven dat de rechtbank het voorshands bovendien niet zinvol acht dat het verhoor van de partner van de kroongetuige bij de rechter-commissaris plaatsvindt, zolang de kroongetuige niet gehoord is over de (inhoud van de) iPhone. Een beslissing daarover (en daarmee een beslissing op de verzoeken van alle raadslieden om bij dit verhoor te mogen aansluiten) kan worden besproken op een volgende regiezitting. Om die redenen heeft de rechtbank op 16 april 2021 besloten en aan procespartijen meegedeeld dat het geplande verhoor van de partner van de kroongetuige van 20 april 2021 geen doorgang zou vinden. Zolang de kroongetuige niet is gehoord over de inhoud van de iPhone, ziet de rechtbank geen aanleiding om reeds op voorhand te bepalen dat de partner ook over dit onderwerp kan worden bevraagd. Het verzoek wordt daarom thans afgewezen. De verdediging kan dit verzoek opnieuw doen als het verhoor van de kroongetuige over de inhoud van de iPhone daartoe aanleiding geeft.
In de zaken van verdachten [verdachte 3] , [verdachte 4] , [verdachte 5] en [verdachte 6]
remote accessen wijst in aanvulling daarop op een bij de reactie als bijlage 6 gevoegd informatieblad van het NFI waarin wordt ingegaan op de overwegingen die een rol spelen bij de ontwikkeling van de
remote accessmogelijkheden. In dit kader wordt onder andere overlegd met de NVSA zoals al eerder toegelicht. In dupliek heeft het Openbaar Ministerie betwist dat het de verdediging en de rechtbank onjuist heeft voorgelicht met betrekking tot de ontwikkeling van de inzagefunctie in Hansken. Dit volgt ook niet uit de overgelegde correspondentie. Het Openbaar Ministerie heeft ter zitting van 12 maart 2021 toegelicht dat er op dit moment overleg plaatsvindt met de NVSA over de
remote accessfaciliteit voor Hansken. Dat is ook precies wat er in het e-mailbericht van de NVSA staat.
remote accessfunctionaliteit wordt allereerst gezocht naar een oplossing voor de veelvoorkomende gevallen, waarin het bijvoorbeeld gaat om inzage in de gegevensdragers van de eigen cliënt. Hierbij spelen vragen van juridische en praktische aard, alsmede diverse veiligheidsoverwegingen, zo blijkt uit het informatieblad. Dit heeft het Openbaar Ministerie in de reactie van 15 april 2021 onder 3.3 ook toegelicht en in het e-mailbericht van de NVSA wordt dit ook bevestigd. Nadat voor deze vragen in het project een oplossing is gevonden, kan vanuit daar onderzocht worden hoe het maatwerk kan worden geleverd dat nodig is om ook in de grote strafzaken de inzage via
remote accesste verlenen, aldus ten slotte het Openbaar Ministerie.
remote accessmogelijkheid voor de verdediging. De beantwoording is duidelijk: een dergelijke voorziening is er nog niet voor grote strafzaken, en dus niet voor – naar de rechtbank begrijpt – Marengo. De omstandigheid dat de verdediging met dit antwoord geen genoegen kan nemen, onder andere – zo begrijpt de rechtbank – omdat de ontwikkeling veel te lang zou duren terwijl [naam 2] er jaren geleden al over sprak en het Openbaar Ministerie ondertussen blijft doorgaan met werken met zogenoemde bulkdata, maakt niet dat het antwoord op zichzelf aanleiding geeft om (aanvullende) onderzoekswensen op dit punt toe wijzen. Dat het verstrekken van de verzochte informatie van belang is voor de beantwoording van de vragen van 348 en 350 Sv kan de rechtbank bij de huidige onderbouwing niet inzien.
toolsis een van de
best practicesin de forensische wereld. Tijdens de ontwikkeling van Hansken wordt de
outputvoortdurend vergeleken met handmatige interpretatie of interpretatie door een ander programma. In het specifieke geval van e-mailcommunicatie in de Ennetcom- en PGP-safe- data in Hansken zijn de onderzoeksmethodes getest tijdens de ontwikkeling met referentie-experimenten en in die fase vergeleken met handmatige interpretatie. Daarnaast is
toolte
bugs, fouten of voortschrijdende inzichten, sprake is van enige ontwikkeling/constatering van
bugsof voortschrijdend inzicht dat van invloed is op de eigenschappen en inhoud van de in het dossier opgenomen Ennetcom- of PGP-safe-data en ter inzage beschikbaar gestelde dataset. Tevens is het verzoek daarbij dat het Openbaar Ministerie wordt opgedragen aan te geven of die registratie volledig is. De verdediging heeft daarbij nog gesteld dat het verzoek zich niet enkel richt op fouten in de decryptie en dus op de inhoud van de berichten, maar ook op de weergegeven informatie over een bericht zoals afzender, ontvanger, locatie, tijdstip et cetera. Het belang van dit verzoek is gelegen in de werking van Hansken als zoekmachine en als software die digitale gegevens inzichtelijk maakt/analyseert aan de hand van door het onderzoeksteam ingegeven stellingen en technische
tools. De verdediging acht het voor de controle op de betrouwbaarheid van de data en dus van het kernbewijs relevant om vast te stellen of er meer van dit soort problemen zijn ontdekt of dat kan worden uitgesloten dat deze zich hebben voorgedaan, of wellicht nog voordoen maar nog niet zijn ontdekt.
bug, eventuele doorontwikkeling of voortschrijdend inzicht invloed zal hebben op de inhoud van de berichten. Zoals ter zitting van 12 maart 2021 al is toegelicht, zijn er op dit moment geen initiatieven om nieuwe technieken in Hansken te ontwikkelen. Dit sluit niet uit dat in de toekomst een mogelijkheid ontstaat waardoor men wel in staat zou kunnen zijn meer sporen te lezen die nu nog niet zichtbaar of leesbaar zijn. Mocht daar sprake van zijn, dan zal de dataset om die reden mogelijk ook meer resultaten kunnen bevatten.
Sending Orderbieden geen steun voor het standpunt van de verdediging dat het de officieren van justitie in Tandem II niet vrijstond om informatie die zij relevant achtten voor het onderzoek Marengo na toestemming van de rechter-commissaris met het onderzoek Marengo te delen. Ook kan daaruit niet worden afgeleid dat zij hun ogen voor deze informatie hadden moeten sluiten, omdat zij rechtmatig toegang hadden tot deze informatie. De beperking die de Canadese rechter heeft verwoord heeft slechts tot doel dat derden beschermd worden tegen de toegang tot hun informatie zonder de juiste justitiële machtiging. Die machtiging was er in Tandem II en ook in Marengo. Daarom is er geen aanleiding om de Canadese rechter te horen, aldus het Openbaar Ministerie.
“De verdediging heeft geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen blijken dat in Marengo in strijd met de voorschriften van de Canadese rechter is gehandeld, laat staan dat dit het gevolg is van een incorrecte vertaling, aldus het Openbaar Ministerie”,geen oordeel van de rechtbank betreft maar een weergave van het standpunt van het Openbaar Ministerie.
sole and decisiveis, moeten op grond van jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) voldoende zogenoemde
counterbalancingfactoren worden geboden. Het horen van de tolk is de enige
counterbalancingfactor, omdat uit het verhoor van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] blijkt dat – in tegenstelling tot het verslag van het verhoor – [naam 8] blijkbaar vanaf het begin wel degelijk gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht, maar na meerdere keren te hebben gehuild en met stemverheffing te zijn toegesproken pas is gaan verklaren. Uit de verhoren van [verbalisant 2] en [verbalisant 1] volgt dat het gehele verhoor in het Marokkaans is gevoerd, het verhoor zeer snel ging en de tolk niet alles heeft kunnen volgen. De enige die mogelijk kan vertellen wat er tegen [naam 8] is gezegd en wat [naam 8] zelf heeft gezegd is de tolk, nu [verbalisant 2] en [verbalisant 1] geen Arabisch spreken en dus over het schakelmoment tussen zwijgen en verklaren niets kunnen zeggen. Wat de Marokkaanse verbalisanten [naam 8] dus hebben verteld waardoor hij is gaan verklaren kan enkel door de tolk worden gereproduceerd. Ook het niet verlenen van de cautie kan mogelijke gevolgen hebben voor de bruikbaarheid van zijn verklaring net als het geen bijstand krijgen van een advocaat tijdens zijn verhoor, nu [naam 8] als verdachte is gehoord. [naam 8] zelf stelt in zijn brieven dat hij daar om heeft gevraagd maar dat hem dit werd geweigerd. Als hij dat gevraagd heeft kan ook in dat geval alleen de tolk dit reproduceren nu het verhoor in het Arabisch is verlopen, aldus ten slotte de verdediging.
In de zaken van verdachten [verdachte 3] , [verdachte 4] en [verdachte 5]
Verzoeken ten aanzien van het verificatiejournaal
In de zaak van verdachte [verdachte 3]
liaison officerin Dubai daarbij een centrale rol heeft vervuld.
liaison officerop enig moment door de rechter-commissaris als getuige zal worden gehoord over deze onderwerpen in de zaak van verdachte [verdachte 3] . Daarnaast ligt het in de rede dat deze getuige op enig (en wellicht een ander) moment in alle zaken wordt gehoord omtrent het onderwerp ‘Dubai-observatie’. De rechtbank stelt zich voor om hieromtrent op de komende regiezitting van 29 (en/of 30) juni 2021 met de procespartijen van gedachten te wisselen.
ICAO Working Group.