Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
3.De beschuldiging
4.Waardering van het bewijs
Ik heb al driehonderd tweeënzestig (362) aan hem bevestigd. En als ik nu tegen hem ga zeggen dat er vijfduizend (5000) minder is (…) Wat zullen die mensen tegen mij zeggen”. Een minuut later laat [naam 1] weten dat “het” in de machine is gegaan en vraagt hij aan [medeverdachte 1] hoe het kan dat hij 100 bankbiljetten heeft geteld, terwijl er maar 90 bankbiljetten zijn. [naam 1] geeft [medeverdachte 1] daarop de opdracht om het geld te gaan zoeken. Om 19:49 uur vraagt [naam 1] “
Is het misschien mogelijk dat er één honderd achtenvijftig (158) papieren zijn overhandigd, misschien is er per vergissing aan hem vijf (5) teveel gegeven. Omdat er iemand fout kan maken of er een pakket van vijftig extra daar is gegaan?”. [medeverdachte 1] antwoordt daarop dat er geen fout is gemaakt en dat hij het in zijn eigen handen heeft meegenomen en zelf heeft overhandigd. [naam 1] vraagt waar het dan fout is gegaan als [medeverdachte 1] de tweehonderdtweeënzestig (262) volledig heeft gecheckt en geeft aan dat hij niet gelooft dat “
die man het geld heeft uitgehaald en gezegd heeft dat hij minder heeft ontvangen”.
U mag iemand anders in een taxi enzo sturen, begrijpt u het? En u mag tegen hem zeggen dat hij vijfduizend (5000) bij hem op kan halen”. [2]
het op de hoek is, waar hij de Sun Studio ziet”. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij geen zonnestudio heeft gevonden, waarop [medeverdachte 1] aangeeft dat [medeverdachte 2] aan de overkant kan gaan staan en dat iemand zelf met hem komt praten. Om 17:21 uur belt [medeverdachte 2] opnieuw met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] zegt “
er waren de blanke. (…) Ik bedoel niet die blanken. Hij was wel een zwarte”. Vervolgens geeft [medeverdachte 2] aan dat hij vindt dat er iets niet in orde is. [medeverdachte 1] antwoordt daarop
“Goed zoon, je hebt alleen maar 5000 roepies bij jou”. [5]
- de bedragen in de tenlastelegging heeft verworven, overgedragen, omgezet, gebruikt, voorhanden heeft gehad dan wel dat hij de herkomst van dit geld heeft verhuld, en
- die bedragen van misdrijf afkomstig zijn, en
- wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die bedragen van misdrijf afkomstig waren, en
- dat hij daarin heeft samen gewerkt met een of meer medeverdachten.
maar 5000 roepies bij zich heeft”.
362” of “
262” krijgen, maar heeft “
5000” te weinig gekregen. Nadat de fout is ontdekt, geeft [naam 1] aan [medeverdachte 1] de opdracht om de “
5000” te gaan halen. [naam 1] laat weten dat [medeverdachte 1] niet zelf moet gaan, maar iemand anders in een taxi moet sturen. [naam 1] vraagt in deze gesprekken ook hoe het kan dat [medeverdachte 1] 100 bankbiljetten heeft geteld, terwijl er maar 90 bankbiljetten zijn en dat dit samen “
5000” moest zijn.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafvan
95 (vijfennegentig) uur.
gevangenisstrafvan
3 (drie) maanden.
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.