Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , te Amsterdam, eiseres,
referteperiode
inkomsten
referteperiode
inkomsten
vermogen
conclusie
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres heeft in meerdere bestuursrechtelijke zaken beroep ingesteld tegen besluiten van de gemeente Amsterdam, maar heeft het griffierecht niet betaald. Zij verzocht om vrijstelling van griffierecht op grond van betalingsonmacht, waarbij zij haar inkomen en vermogen heeft toegelicht.
De rechtbank heeft de ingediende stukken beoordeeld en vastgesteld dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar inkomen lager was dan 95% van het bijstandsniveau, noch dat sprake was van een negatief vermogen dat tot betalingsonmacht leidde. Ook de door eiseres genoemde lening was onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de zaken niet als samenhangend konden worden beschouwd, zodat voor elke zaak afzonderlijk griffierecht verschuldigd was. De stelling van eiseres dat een medewerker van de rechtbank had toegezegd dat slechts één keer griffierecht betaald hoefde te worden, werd niet aannemelijk geacht.
Omdat het griffierecht niet was betaald en geen verschoonbare reden bestond, verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. De rechtbank ging niet inhoudelijk in op de beroepen en wees proceskostenveroordeling of schadevergoeding af.
Tenslotte wees de rechtbank het beroep op artikel 6 EVRM Pro af, omdat de mogelijkheid tot vrijstelling van griffierecht de toegang tot de rechter waarborgt en eiseres geen betalingsonmacht aannemelijk had gemaakt.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht zonder geldige vrijstelling.