Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesverloop
2.Inhoud van het bezwaarschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.Toetsingskader
6.Conclusie
7.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 16 februari 2021 uitspraak gedaan over het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek en de opname van zijn DNA-profiel in de DNA-databank. Het bezwaarschrift betrof onder meer de bevoegdheid van de afnemer, de wijze van afname en de vermeende schending van het grondrecht op privacy zoals verankerd in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft het bezwaarschrift inhoudelijk getoetst aan de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Uit het dossier bleek dat de afname door een bevoegde opsporingsambtenaar was verricht en dat de veroordeelde was veroordeeld voor twee inbraken, misdrijven waarvoor DNA-onderzoek relevant is. De rechtbank stelde vast dat geen bijzondere omstandigheden of uitzonderingen aanwezig waren die afname en verwerking van het DNA-profiel zouden uitsluiten.
De formele en inhoudelijke verweren van de veroordeelde werden als onvoldoende gemotiveerd verworpen. De rechtbank concludeerde dat het bevel tot DNA-afname en verwerking voldeed aan de wettelijke eisen en dat het bezwaarschrift ongegrond verklaard moest worden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.