Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, [eiseres]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, sinds 2015 dakloos en met psychosociale problematiek, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning. Het college wees deze aanvraag af omdat zij niet voldeed aan de urgentiecategorieën van de Huisvestingsverordening 2016 en de hardheidsclausule niet van toepassing was. Tevens was eiseres positief gescreend voor maatschappelijke opvang, wat betekent dat zij niet zelfstandig kan wonen, een vereiste voor urgentie.
Eiseres stelde dat de beleidsregels van het college in strijd waren met de Huisvestingsverordening en dat zij op grond van het Europees Sociaal Handvest recht had op woonruimte. Ook voerde zij medische redenen aan en stelde dat de toepassing van de beleidsregels in haar geval onevenredige gevolgen had. De rechtbank oordeelde dat het college beleidsvrijheid heeft en dat de beleidsregels niet in strijd zijn met de Huisvestingsverordening. De medische problematiek van eiseres was niet zodanig ernstig dat zij in aanmerking komt voor urgentie.
De rechtbank nam aan dat eiseres zelfstandig kan wonen, omdat zij niet wordt toegelaten tot maatschappelijke opvang. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie van eiseres niet schrijnend of uitzonderlijk genoeg is. Het beroep op het Europees Sociaal Handvest werd verworpen omdat deze normen niet direct toepasbaar zijn zonder nationale regelgeving.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid heeft geoordeeld en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.