ECLI:NL:RVS:2016:231
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen beperking urgentieverklaring woningzoekende
De zaak betreft het hoger beroep van een woningzoekende die een urgentieverklaring ontving voor een woning met specifieke eisen vanwege de medische situatie van zijn thuiswonende zoon met een ernstige psychische en gedragsstoornis. De urgentieverklaring was beperkt tot drie deelgemeenten, terwijl appellant betoogde dat deze alleen voor Feijenoord had moeten gelden vanwege de mantelzorg door de grootmoeder die daar woont.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de SUWR in redelijkheid van de hardheidsclausule kon afzien. De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de mantelzorg niet meer mogelijk zou zijn bij een woning in de andere deelgemeenten. De verklaring van de arts werd onvoldoende onderbouwd met feiten.
Verder oordeelt de Raad dat de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen door het bestuursorgaan en dat de beperking van de urgentieverklaring niet in strijd is met het Verdrag inzake de rechten van het kind. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.