Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
3.Tenlastelegging
in Nederland, in het openbaar bij geschrift, tot enig strafbaar feit heeft opgeruid, immers heeft verdachte middels een Facebookaccount “ [verdachte] ” een bericht op Facebook geplaatst en/of gedeeld met de inhoud: “Jammer dat ze de slavernij hebben afgeschaft, ik zou de zweep erover halen. Stelletje NSB'ers. kan daar geen vrachtwagen over heen rijden”.
4.Voorvragen
5.Waardering van het bewijs
“Jammer dat ze de slavernij hebben afgeschaft, ik zou de zweep erover halen. Stelletje NSB'ers. kan daar geen vrachtwagen over heen rijden”onder de livestream van aangeefster heeft geplaatst. Hij heeft dit bekend en het blijkt ook uit het dossier. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of het bericht als opruiend is aan te merken.
“Jammer dat ze de slavernij hebben afgeschaft, ik zou de zweep erover halen. Stelletje NSB'ers. kan daar geen vrachtwagen over heen rijden”expliciet wordt opgeroepen tot het plegen van een in Nederland strafbaar feit, namelijk mishandeling, moord of doodslag.
“Jammer dat ze de slavernij hebben afgeschaft, ik zou de zweep erover halen. Stelletje NSB'ers. kan daar geen vrachtwagen over heen rijden”op Facebook te plaatsen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij hiermee zou opruien tot het plegen van een strafbaar feit.
“Jammer dat ze de slavernij hebben afgeschaft, ik zou de zweep erover halen. Stelletje NSB'ers. kan daar geen vrachtwagen over heen rijden”.
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van het feit
8.De strafbaarheid van verdachte
Motivering van de straf
10.Benadeelde partij
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een taakstraf van 28 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 14 dagen.