Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegronden gelast de teruggave aan klager van:
Rechtbank Amsterdam
Op 21 februari 2020 zijn twee geldbedragen, € 8.935,- en $ 1.352,-, in beslag genomen bij klager op grond van een vermoeden van witwassen. Klager heeft verklaard dat het geld afkomstig is van legale bronnen, waaronder een bedrag dat hij van een derde heeft ontvangen en geld dat hij in casino's in Amsterdam en Suriname heeft gekregen.
Het Openbaar Ministerie heeft zich niet verzet tegen teruggave van het grootste deel van het bedrag (€ 7.935,-) omdat dit voldoende als legaal kon worden aangemerkt. Voor de resterende bedragen, de Amerikaanse dollars en twee biljetten van € 500,-, bleef het OM een witwasvermoeden houden vanwege het ontbreken van bewijsstukken van de casino-uitkeringen.
De rechtbank overweegt dat het onderzoek in deze beklagprocedure summier is en dat het belang van strafvordering teruggave alleen kan tegenhouden als het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter later tot verbeurdverklaring zal overgaan. Gezien de verklaringen van klager en de bevestiging door een getuige, acht de rechtbank het witwasvermoeden onvoldoende concreet en verifieerbaar. Daarom beveelt zij de teruggave van alle in beslag genomen geldbedragen aan klager.
Uitkomst: De rechtbank beveelt teruggave van de in beslag genomen geldbedragen aan klager wegens onvoldoende witwasvermoeden.