ECLI:NL:RBAMS:2020:4208
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank bij opzetheling
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek en de opname van zijn DNA-profiel in de landelijke DNA-databank, naar aanleiding van zijn veroordeling voor opzetheling. Hij stelt dat dit een disproportionele inbreuk op zijn privacy vormt en dat DNA-onderzoek bij dit misdrijf niet relevant is.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat het bevel tot DNA-afname gebaseerd is op een geldige veroordeling voor een misdrijf dat valt onder de categorieën waarvoor DNA-afname wettelijk verplicht is. De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die bevestigen dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een gerechtvaardigde inbreuk op de privacy vormt.
De rechtbank oordeelt dat de uitzonderingen op de afname van DNA, zoals de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden, niet van toepassing zijn. Opzetheling is niet een misdrijf waarbij DNA-onderzoek irrelevant is, en er zijn geen bijzondere omstandigheden die afname onnodig maken. Ook het argument van veroordeelde dat hij first offender is en geen recidive verwacht, leidt niet tot een uitzondering.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.