ECLI:NL:RBAMS:2020:4204
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank minderjarige veroordeelde
Een minderjarige veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel en opname daarvan in de DNA-databank. Hij was veroordeeld voor heling, later in hoger beroep gewijzigd in diefstal, en betoogde dat DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn voor toekomstige opsporing en dat afname disproportioneel is vanwege zijn leeftijd en geringe recidivegevaar.
De officier van justitie stelde dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard omdat de wet geen uitzonderingen kent voor het misdrijf waarvoor veroordeelde is veroordeeld en recidive niet kan worden uitgesloten. De rechtbank bevestigde dat de wetgeving en jurisprudentie bepalen dat celmateriaal moet worden afgenomen bij veroordeelden van misdrijven zoals bedoeld in artikel 67 lid 1 Sv Pro, waaronder ook het misdrijf waarvoor veroordeelde is veroordeeld valt.
De rechtbank overwoog dat hoewel de afname een inbreuk maakt op de privacy, deze inbreuk gerechtvaardigd is volgens artikel 8 EVRM Pro en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Ook het voorwaardelijk verzoek tot aanhouding van de zaak in afwachting van wetswijziging werd afgewezen vanwege onzekerheid over de inhoud en termijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het bevel tot DNA-afname en verwerking. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.