ECLI:NL:RBAMS:2020:2657
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter te Amsterdam naar aanleiding van het afwijzen van zijn verzoeken om getuigen te horen en camerabeelden op te vragen in strafzaken tegen hem. Hij stelde dat de politierechter vooringenomen was omdat hij het bewijs niet wilde toevoegen en zijn verzoeken afwees.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro. en het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413). Hieruit volgt dat een rechterlijke (tussen)beslissing nooit een grond tot wraking kan zijn, tenzij er objectief gemeten sprake is van vooringenomenheid, wat in deze zaak niet is aangetoond.
Verzoeker heeft niet gemotiveerd waaruit de schijn van vooringenomenheid blijkt. De wrakingskamer concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Een mondelinge behandeling is achterwege gelaten. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.