ECLI:NL:RBAMS:2020:2454
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor huisraad en inrichtingskosten
Verzoeker, die sinds 2006 onafgebroken een bijstandsuitkering ontvangt, heeft in maart 2020 een seniorenwoning toegewezen gekregen en een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor huisraad en inrichtingskosten. De gemeente heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoeker volgens hen had kunnen sparen, gespreid betalen of een lening afsluiten en er geen sprake was van bijzondere omstandigheden.
Verzoeker betwist de afwijzing en voert aan dat hij vanwege dakloosheid, een schuld bij de gemeente, een inkomen onder bijstandsniveau en psychische problematiek niet in staat was te sparen of een lening te verkrijgen. Hij stelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn financiële situatie en dat bijzondere bijstand ook in de vorm van een geldlening had kunnen worden verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de kosten noodzakelijk zijn, maar dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die verhinderen dat deze kosten uit het inkomen of via reservering kunnen worden voldaan. De psychische problematiek is onvoldoende onderbouwd om dit te wijzigen. Het bezwaar heeft daarom geen redelijke kans van slagen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.