ECLI:NL:RBAMS:2020:1982
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking ongegrond klaagschrift inzake beslag teakhout uit Myanmar wegens vermoedelijke overtreding Houtverordening
Klaagster, een onderneming, verzocht teruggave van in beslag genomen teakhout afkomstig uit Myanmar, stellende dat het beslag onrechtmatig is wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld en dat het hout rechtmatig is ingevoerd volgens de Europese Houtverordening.
Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat er wel een redelijk vermoeden van schuld bestaat, omdat het niet mogelijk is om te voldoen aan de due diligence verplichtingen van de Houtverordening voor uit Myanmar geïmporteerd teakhout. Bovendien is het beslag noodzakelijk in het belang van de strafvordering, omdat het hout vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring.
De rechtbank overwoog dat de beklagprocedure summier van aard is en dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist zolang niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het hout zal verbeurd verklaren of onttrekken aan het verkeer. Gezien de rapporten van de Expert Group en eerdere rechterlijke uitspraken is er een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 4 van Pro de Houtverordening.
De rechtbank verwierp de argumenten van klaagster, waaronder de verwijzing naar een Zweedse autoriteit en eerdere uitspraken, en handhaafde het beslag. Het klaagschrift werd ongegrond verklaard en klaagster werd gewezen op de mogelijkheid tot beroep in cassatie.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op het teakhout blijft gehandhaafd.