ECLI:NL:RBAMS:2019:9709
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid niet ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een verzoek tot wraking in tegen mr. A.M. van der Linden-Kaajan, bestuursrechter te Amsterdam, wegens vermeende vooringenomenheid in een bestuursrechtelijke verzetzaak. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria voor wraking, waaronder het vereiste van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
Verzoeker stelde dat de rechter onjuist had geoordeeld over de bevoegdheid en het niet inhoudelijk behandelen van het beroep, alsmede het niet willen horen van een getuige. De rechter gaf aan dat nog geen uitspraak was gedaan op het verzet en dat de procedurele beslissingen binnen haar discretionaire bevoegdheid vielen.
De wrakingskamer overwoog dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat procedurele beslissingen en hun motivering niet als grond voor wraking kunnen dienen, tenzij er sprake is van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. Nu verzoeker geen dergelijke aanwijzingen had aangevoerd, werd het verzoek niet ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter is niet ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.