ECLI:NL:RBAMS:2019:9128
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens ontbinding vennootschap voor aanvang vervolging
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen een vennootschap die werd verdacht van het houden van meer leghennen dan toegestaan in de jaren 2015 en 2016. Tijdens de terechtzitting van 26 november 2019 werd het onderzoek bij verstek voortgezet.
De tenlastelegging betrof het overschrijden van het pluimveerecht op het bedrijf van verdachte. Echter, uit een uittreksel van het handelsregister bleek dat de vennootschap per 31 oktober 2017 was ontbonden en op 8 oktober 2018 uitgeschreven. De dagvaarding werd pas in september 2019 betekend.
De rechtbank concludeerde dat op het moment van aanvang van de vervolging, 12 september 2019, de ontbinding van de vennootschap reeds voor derden kenbaar was. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad vervalt dan het recht tot strafvordering. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vennootschap vóór aanvang van de vervolging was ontbonden.