Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2019 in de zaak tussen
[eisers] en [eisers] , te [woonplaats] , eisers
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Amsterdam
Eisers, zelfstandigen die bijstand ontvingen op grond van de Participatiewet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), werden geconfronteerd met een terugvordering van €4.453,15 over de periode 10 mei tot 31 december 2017. Verweerder had de bijstand definitief vastgesteld over het hele boekjaar 2017, inclusief inkomsten uit de Ziektewet.
Eisers voerden aan dat het onredelijk was om ook inkomsten over de periode 1 januari tot 9 mei 2017 mee te rekenen, omdat zij toen geen bijstand ontvingen, en dat de terugvordering hen verder in financiële problemen bracht. De rechtbank oordeelde dat het wettelijk kader, met name artikel 6 Bbz Pro, voorschrijft dat bij zelfstandigen het inkomen over het hele boekjaar wordt betrokken bij de definitieve vaststelling van de bijstand.
Daarnaast stelde de rechtbank dat de enkele omstandigheid dat door terugvordering schulden ontstaan, geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien. Ook bleek uit de stukken geen toezegging dat het bedrag 'om niet' zou worden verstrekt, waardoor een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de terugvordering van bijstand over het hele boekjaar wordt ongegrond verklaard.