Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving een WAO-uitkering die door verweerder over de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 november 2017 te hoog was vastgesteld. Verweerder legde een bruto terugvordering van €5.003,97 op. Eiser maakte bezwaar en stelde dat alleen netto bedragen teruggevorderd mogen worden en dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering vanwege zijn moeilijke persoonlijke situatie.
De rechtbank oordeelde dat terugvordering van bruto bedragen toegestaan is indien het belastingjaar is afgesloten, en dat het feit dat verweerder al in 2017 op de hoogte was van de inkomsten niet verplicht tot verrekening binnen dat jaar. De terugvordering wordt verrekend met toekomstige bruto-uitkeringen, waardoor een verkapte netto-terugvordering plaatsvindt.
Hoewel de persoonlijke omstandigheden van eiser mede zorgden voor een moeilijke situatie, achtte de rechtbank deze niet als dringende reden in de zin van de jurisprudentie. De stukken die eiser overlegd had, waren onvoldoende om af te zien van terugvordering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de bruto terugvordering van de WAO-uitkering.