Eiseres, redacteur bij NRC Handelsblad, diende een Wob-verzoek in bij het ministerie van Justitie en Veiligheid met betrekking tot documenten over een asielzaak. Het ministerie bevestigde ontvangst maar overschreed de beslistermijn, waarop eiseres het bestuursorgaan in gebreke stelde en beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat het beroep gegrond was omdat het bestuursorgaan niet tijdig had beslist. Het ministerie gaf aan uiterlijk op 22 augustus 2019 te zullen besluiten vanwege de omvang en gevoeligheid van het dossier en afstemming binnen het ministerie, mede door afwezigheid van de verantwoordelijke bewindspersoon.
De rechtbank hield deze datum aan als uiterste beslistermijn, die binnen de door eiseres gevraagde termijn van 28 dagen na uitspraak valt. Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €250 per dag op, hoger dan het gebruikelijke bedrag, met een maximum van €37.500. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 26 juli 2019.