ECLI:NL:RBAMS:2019:304
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en hoorplicht bij bezwaar tegen gemeentelijke aanslag
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee woningen in Amsterdam, stellende dat deze te hoog waren en dat de hoorplicht door de heffingsambtenaar was geschonden. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op respectievelijk €826.500 en €300.000, waarbij de waarde van de tweede woning was verlaagd na bezwaar. De rechtbank stelde vast dat de gemachtigde van eiser was uitgenodigd voor een hoorzitting maar niet was verschenen, ondanks meerdere mogelijkheden om verhinderingen door te geven.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende zorgvuldigheid in acht had genomen bij het vaststellen van de hoorzitting en dat van een professionele gemachtigde verwacht mag worden dat hij zorgt voor vervanging indien hij verhinderd is. Er was geen sprake van schending van de hoorplicht. Daarnaast werd het beroep op artikel 7:9 Awb Pro verworpen omdat eiser onvoldoende concreet had gemaakt welke feiten nader gehoord hadden moeten worden.
Wat betreft de WOZ-waarde werd vastgesteld dat de heffingsambtenaar de waarden had onderbouwd met verkoopprijzen van vergelijkbare woningen (vergelijkingsmethode), wat volgens vaste jurisprudentie toelaatbaar is. De rechtbank vond de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar en dat de verschillen in ligging, onderhoud en kwaliteit voldoende waren meegenomen. De WOZ-waarden werden niet te hoog geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarden worden bevestigd.