ECLI:NL:RBAMS:2019:228
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van kennis gebiedsverbod bij overtreding
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van het opzettelijk overtreden van een gebiedsverbod in het centrum van Amsterdam. Het gebiedsverbod was opgelegd voor de periode van 4 november 2017 tot en met 3 december 2017, en verdachte zou zich op 12 november 2017 in het verboden gebied hebben bevonden.
De officier van justitie stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had omdat hij was gewaarschuwd dat het gebiedsverbod mogelijk zou worden opgelegd en dat het bevel daadwerkelijk op zijn opgegeven adres was bezorgd. Volgens de officier van justitie had verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij het verbod zou overtreden.
De rechtbank oordeelde echter dat niet vaststaat dat verdachte kennis had van het gebiedsverbod. De aankondiging dat een bevel mogelijk zou volgen was onvoldoende, en de vrachtbrief die aangaf dat het bevel op het adres was bezorgd, bewijst niet dat verdachte het persoonlijk heeft ontvangen. Het nalaten van nader onderzoek door verdachte kan niet worden toegerekend als bewijs van opzet. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en persoonlijke kennisgeving van ingrijpende maatregelen zoals gebiedsverboden, en bevestigt dat het bewijs van kennis en opzet zorgvuldig moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij kennis had van het gebiedsverbod.