ECLI:NL:RBAMS:2019:227
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzet bij overtreding gebiedsverbod
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk overtreden van een gebiedsverbod in het centrum van Amsterdam gedurende de periode van 28 oktober tot en met 27 november 2017.
De officier van justitie stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had omdat hij was gewaarschuwd dat een gebiedsverbod aan hem zou worden opgelegd en dat het bevel op zijn adres was bezorgd. Verdachte zou bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard het verbod te overtreden door zich toch in het gebied te begeven.
De verdediging betoogde dat het vereiste opzet ontbrak omdat verdachte niet wist van het gebiedsverbod. De rechtbank oordeelde dat het niet vaststond dat verdachte het bevel persoonlijk had ontvangen. De aankondiging was slechts een mogelijke voorgenomen maatregel en het enkel afleveren van het bevel op het adres van verdachte rechtvaardigde geen conclusie dat hij kennis had van het verbod.
De rechtbank vond dat het op de overheid rust om een dergelijke ingrijpende maatregel voldoende kenbaar te maken en dat het nalaten van nader onderzoek door verdachte niet tot bewijs van opzet kan leiden. Daarom werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en verdachte vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat onvoldoende vaststaat dat hij kennis had van het gebiedsverbod.