ECLI:NL:RBAMS:2019:1517
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedrijfsinbraken wegens onbetrouwbare herkenningen en oplegging ISD-maatregel
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere bedrijfsinbraken en pogingen daartoe in 2017 en 2018. De zaak betrof twee dossiers (zaak A en zaak B) met in totaal negen feiten. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van alle feiten, waarbij herkenningen op camerabeelden en DNA-sporen centraal stonden.
De rechtbank oordeelde dat veel herkenningen onvoldoende betrouwbaar waren vanwege slechte beeldkwaliteit, gebrek aan onderscheidende persoonskenmerken en het ontbreken van bewegende beelden. Schakelbewijs werd niet toegepast omdat de modus operandi te algemeen was. Hierdoor sprak de rechtbank verdachte vrij van zes feiten (zaak B onder 1-4, 6 en 7).
Wel achtte de rechtbank bewezen de inbraak bij een kapsalon en voetbalvereniging (zaak A) en een poging tot inbraak bij een restaurant (zaak B onder 5), mede op basis van aangifte, aangetroffen gestolen goederen, bekennende verklaring en betrouwbare herkenningen. Verdachte werd veroordeeld en kreeg een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd vanwege recidive en ernstige verslavingsproblematiek.
Daarnaast werden materiële schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelden, met wettelijke rente, en werden schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. De rechtbank motiveerde uitgebreid de beoordeling van bewijs, betrouwbaarheid van herkenningen en de noodzaak van de ISD-maatregel.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van zes feiten, veroordeeld voor drie feiten en opgelegd ISD-maatregel van twee jaar.