Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
het lichaam, te slaan en/of stompen en/of
(vervolgens)
het lichaam, te slaan en/of stompen en/of
(vervolgens)
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
5.Waardering van het bewijs
Op zondag 5 september 2021, omstreeks 04.15 uur heeft verbalisant [verbalisant 1] samen met andere collega’s [verdachte] en nog drie anderen jongens gevolgd. Na de volgactie zijn alle personen toen gecontroleerd.
Op donderdag 9 september 2021, bekeek verbalisant [verbalisant 1] de beelden van de straatroof in de McDonalds. Verbalisant [verbalisant 1] herkende de persoon op de beelden direct, als zijnde dezelfde persoon als [verdachte] . Hij herkent hem aan zijn houding, huidskleur, postuur en de vorm en de verhoudingen in zijn gezicht. Ook lijkt [verdachte] dezelfde jas en pet te dragen tijdens de staande houding op 26 augustus en de straatroof in de McDonalds.
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf en maatregelen
d.d. 25 januari 2022 waaruit blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld onder meer wegens mishandeling en vermogensdelicten.
- Psychologisch onderzoek Pro Justitia van 2 april 2022, opgesteld door dr. S.L. van Woerden, GZ-psycholoog;
- de adviesrapportage van de Raad van 7 april 2022;
- het plan van aanpak jeugdreclassering van de WSS, vastgesteld op 22 maart 2022.
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 1]vordert € 678,- aan materiële schadevergoeding en
[slachtoffer 3]vordert € 550,30 aan materiële schadevergoeding en € 1.850,- aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[slachtoffer 4]vordert € 1810,- aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
materiële schadeis toegebracht doordat de fietsbatterij, de fietssleutel en de telefoon van de benadeelde partij zijn weggenomen. Ten aanzien van het fiets abonnement staat onvoldoende vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het delict, zodat deze schadepost niet-ontvankelijk is.
€750,- (zevenhonderd en vijftig euro)(€300,- ten aanzien van de fietsbatterij, €50,- ten aanzien van de fietssleutel en €400,- ten aanzien van de telefoon) alsmede de wettelijke rente.
schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien verdachte jegens [slachtoffer 4] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (vier) maanden.
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 314,- (driehonderd veertien euro)(€64,- materiële schade en €250,- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 april 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 1]voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
[slachtoffer 1], te betalen de som van € 314,- (driehonderd veertien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 april 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen. Behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
de benadeelde partij [slachtoffer 3]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
de benadeelde partij [slachtoffer 4]toe tot een bedrag van
€ 750,- (zevenhonderd en vijftig euro)aan materiele schade, (€300,- ten aanzien van de fietsbatterij, €50,- ten aanzien van de fietssleutel en €750,- ten aanzien van de telefoon), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 4]voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander of anderen is betaald.
[slachtoffer 4]ter hoogte van € 750,- (zevenhonderd en vijftig euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens een ander of anderen is betaald. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.