ECLI:NL:RBAMS:2018:7055
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot medewerking aan eenzijdige opzegging huurovereenkomst door ex-partner
Partijen, ex-partners, huren samen een woning en zijn contractuele medehuurders. Door relatieproblemen woont de vrouw met hun zoon tijdelijk in een blijf van mijn lijf huis en wil zij de huurovereenkomst eenzijdig opzeggen om urgentie voor een sociale huurwoning te verkrijgen.
De verhuurder staat eenzijdige opzegging niet toe tenzij de man financieel zelfstandig de huur kan dragen. De man ontvangt een uitkering en voldoet niet aan deze voorwaarde. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan de opzegging of dat het vonnis in de plaats treedt van zijn medewerking.
De kantonrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft en dat het belang van de vrouw en haar zoon zwaarder weegt dan dat van de man om in de woning te blijven. De vordering wordt toegewezen onder de voorwaarde dat de man binnen drie dagen meewerkt, anders treedt het vonnis in de plaats van zijn medewerking.
De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter bepaalt dat bij niet-meewerken van de man binnen drie dagen het vonnis in de plaats treedt van zijn medewerking aan de gezamenlijke opzegging van de huurovereenkomst.