Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 april 2017 (hierna: het tussenvonnis) met de daarin vermelde (proces)stukken,
- de conclusie houdende nadere toelichting en tevens vermeerdering van eis van de zijde van de vrouw, met producties,
- de conclusie houdende nadere toelichting van de zijde van de man, met producties,
- de conclusie van antwoord nadere toelichting en vermeerdering van eis van de zijde van de man, met producties,
- de akte niet dienen van antwoordakte nadere toelichting aan de zijde van de vrouw,
- de rolbeslissing van 30 augustus 2017 waaruit blijkt dat het recht van de man om te mogen reageren op het verzoek om pleidooi van de vrouw is vervallen en waarbij het verzoek tot pleidooi is toegestaan,
- het proces-verbaal van de zitting van 23 maart 2018 met de daarin vermelde (proces)stukken,
- de brief van 12 april 2018 van de zijde van de man met een opmerking over het proces-verbaal,
- het B7-formulier van 18 april 2018 van de zijde van de man met het verzoek om een nadere akte overlegging productie te mogen indienen en een toelichting op dat verzoek,
- de brief van de griffier van diezelfde datum waarin is bericht dat het verzoek van de man is afgewezen omdat de zaak voor vonnis staat.