Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[bedrijf 1] ., te [plaats] ( Cyprus ),
2.de volgende personen:
.
indicatieve(cursivering rechtbank) factoren; het gaat dus nadrukkelijk niet om een absoluut percentage.
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde meerdere beroepen van een Cypriotische onderneming en haar werknemers tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin werd vastgesteld dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op de werknemers die als Rijnvarenden werkzaam zijn. De kernvraag betrof of de Nederlandse wetgeving terecht werd toegepast, dan wel de Cypriotische wetgeving, mede aan de hand van de Europese Verordeningen 883/2004 en 987/2009, het Rijnvarendenverdrag en het overgangsrecht.
De Svb baseerde haar besluiten op het feit dat de werknemers een substantieel deel van hun werkzaamheden in Nederland verrichten, hun woonland is Nederland, en dat de onderneming feitelijk niet vanuit Cyprus wordt bestuurd. De rechtbank oordeelde dat de Svb terecht diverse aanknopingspunten heeft meegewogen, zoals de vestigingsplaats van de scheepseigenaren, woonplaats van de werknemers en vaargebieden, en dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is. Het standpunt van de onderneming dat minder dan 25% van de werkzaamheden in Nederland plaatsvindt, werd verworpen omdat het niet om een absoluut percentage gaat maar om een beoordeling van alle relevante factoren.
Verder oordeelde de rechtbank dat de Svb bevoegd was tot het nemen van de besluiten en dat het niet volgen van de procedure voor voorlopige vaststellingen in de A1-verklaringen geen vernietigingsgrond vormt. De beroepen werden ongegrond verklaard. Wel werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten, waarbij de vergoeding onder de eisers werd verdeeld.
De uitspraak bevestigt dat bij grensoverschrijdende arbeidssituaties in de binnenvaart de feitelijke situatie en reële aanknopingspunten bepalend zijn voor de toepasselijke socialezekerheidswetgeving, en dat de Nederlandse wetgeving hier terecht is toegepast.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt toepassing Nederlandse socialezekerheidswetgeving; Svb veroordeeld tot vergoeding wegens termijnoverschrijding.