Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 april 2016,
- de akte overlegging producties tevens inhoudende wijziging eis van [eisers] , met producties,
- de conclusie van antwoord van Deutsche c.s., met producties,
- de akte uitlaten herstelkader van Deutsche c.s.,
- de akte uitlating herstelkader tevens inhoudende incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening van [eisers] ,
- de conclusie van antwoord in het incident van Deutsche c.s., met producties,
- de akte uitlating producties in het incident van [eisers] ,
- het vonnis in incident van 7 december 2016, waarin de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening is afgewezen,
- het tussenvonnis van 3 mei 2017, waarin een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 6 november 2017 en de daarin genoemde stukken,
2.De feiten
Mogelijkheden tot bescherming
Belangrijke kenmerken
3.Het geschil
4.De beoordeling
Contractsoverneming
- de bevoegdheid van de Bank om de onder de renteswap te betalen opslag tussentijds te verhogen;
- de verplichting van het vergoeden van de negatieve waarde bij de voortijdige beëindiging van de renteswap;
- de (dubbele) overhedge die de renteswap kent doordat deze een te hoge en niet aflopende hoofdsom heeft ten opzichte van de onderliggende financiering.