Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2017 in de zaken tussen
[eiser 1] , te [woonplaats] ( [eiser 1] ), eiser
Procesverloop
Overwegingen
nietin aansluiting op artikel 475d, vierde lid, van het Rv) 10% van de toepasselijke bijstandsnorm moet worden aangehouden. Zou dat principe worden verlaten dan zou dat er in veel gevallen toe leiden dat in het geheel geen boete meer zou kunnen worden opgelegd of vastgesteld. Een dergelijke verstrekkende consequentie acht de CRvB in strijd met de tekst en strekking van artikel 18a van de Pw en het Boetebesluit. Daarbij is volgens de CRvB van belang dat de draagkracht slechts één van de in aanmerking te nemen factoren is die tot (verdere) matiging van een evenredig vast te stellen boete kunnen leiden, dat daarbij uit een oogpunt van praktische en eenvormige rechtstoepassing enigszins wordt geabstraheerd van individuele situaties en voorts dat belanghebbende het college kan verzoeken een betalingsregeling te treffen, waarbij rekening wordt gehouden met zijn financiële draagkracht.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I voor zover daarbij aan [eiser 1] een maandelijkse aflossingsverplichting is opgelegd;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit I voor het overige in stand blijven;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 46,- aan [eiser 1] te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van [eiser 1] tot een bedrag van € 990,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken