Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 april 2017 in de zaken tussen
de besloten vennootschap [bedrijf 1] ., te Amsterdam, eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
gebouwdeigendom in aanbouw. Op het perceel was echter zowel op de waardepeildata als op de toestandsdata nog niets gebouwd. Daarom was (nog) geen sprake van een gebouwd eigendom. De omstandigheid dat al wel een omgevingsvergunning was afgegeven om te bouwen, is onvoldoende. Dat is immers slechts één van de voorwaarden die in artikel 17, vierde lid, van de WOZ zijn genoemd. Dit betekent dat verweerder de waarde van het perceel terecht heeft bepaald op de waarde in het economisch verkeer.
ontstaan. De omstandigheden waarop eiseres in dit geval doelt zijn al vóór de waardepeildata ontstaan. Dat betekent dat geen van de uitzonderingen van artikel 18, derde lid, van de Wet WOZ zich voordoet en dat dus de hoofdregel van artikel 18, eerste en tweede lid, van de Wet WOZ van toepassing is. Verweerder is voor het bepalen van de waarde van het perceel dus terecht uitgegaan van de waardepeildata 1 januari 2011 en 1 januari 2012.