Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- belastingfraude in de periode van 2 november 2011 tot en met 12 maart 2014 door onjuiste of onvolledige aangiften inkomstenbelasting premie volksverzekeringen bij de Belastingdienst in te dienen (het eerste alternatief cumulatief ten laste gelegde);
- valsheid in geschrift in diezelfde periode door die belastingaangiften valselijk op te maken (het tweede alternatief cumulatief ten laste gelegde).
3.Voorvragen
4.De waardering van het bewijs
- In 29 gevallen hebben de belastingplichtigen niet gereageerd op het vragenformulier en de daarna verzonden herinnering.
- In vijf gevallen hebben de belastingplichtigen weliswaar gereageerd, maar de aanvullende informatie die zij verstrekten, bleek incompleet. Ook een telefonisch verzoek van de Belastingdienst leverde onvoldoende nadere informatie op als onderbouwing dat de opgevoerde PGA daadwerkelijk waren gemaakt.
- In twee gevallen kon de aangifte inkomstenbelasting na een reactie worden gevolgd.
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit en van verdachte
7.De strafmotivering
8.Het beslag
9.De toepasselijke wettelijke voorschriften
10.De beslissingen
[verdachte]daarvoor strafbaar.
een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maandenen beveelt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.
van deze gevangenisstraf een gedeelte van 4 (vier) maanden niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
een proeftijd van 3 (drie) jarenvast.