ECLI:NL:RBAMS:2016:9691
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van overleveringsdetentie in internationale zaak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 december 2016 een verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van een opgeëiste persoon uit Roemenië. De rechtbank nam kennis van het dossier en hoorde de officier van justitie en de opgeëiste persoon. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon was niet aanwezig, maar had verzocht het verzoek te behandelen.
Eerder had de rechtbank bij tussenuitspraak de overlevering uitgesteld en het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst, waardoor de beslistermijnen werden opgeschort. De rechtbank bevestigde dat deze opschorting betekent dat de termijn van 90 dagen niet verstrijkt en dat de overleveringsdetentie niet op die grond geschorst kan worden.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin eenzelfde standpunt was ingenomen en zag geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank achtte het vluchtgevaar onverminderd aanwezig en overwoog dat de overleveringsdetentie alleen voortgezet mag worden indien de procedure voortvarend verloopt en de duur van de hechtenis niet buitensporig is, zoals bepaald in artikel 6 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en bevestigd in relevante arresten van het Hof van Justitie van de EU.
Gezien de omstandigheden en de beoordeling dat geen sprake was van buitensporige duur of schending van het evenredigheidsbeginsel, wees de rechtbank het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie is afgewezen wegens aanwezig vluchtgevaar en voortvarende procedure.