Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 december 2016 in de zaken tussen
de besloten vennootschappen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 december 2016 de beroepen van zes besloten vennootschappen tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zeven hotelobjecten in Amsterdam voor het jaar 2015. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op basis van de vergelijkingsmethode, maar maakte niet aannemelijk dat rekening was gehouden met verschillen tussen de objecten en de vergelijkingsobjecten. Eiseressen konden hun door hen verdedigde waarden evenmin aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht gaf in de waarderingsmethode, met name doordat alleen de geanalyseerde prijs per kamer werd gebruikt zonder nadere onderbouwing van verschillen zoals locatie, sterrenclassificatie, staat van onderhoud en faciliteiten. Ook de door eiseressen aangevoerde huurwaardekapitalisatiemethode was onvoldoende onderbouwd, met onduidelijkheid over gehanteerde percentages en kapitalisatiefactoren.
Omdat geen van de partijen de waarde aannemelijk had gemaakt, stelde de rechtbank de WOZ-waarden schattenderwijs vast op lagere bedragen dan de oorspronkelijke vaststellingen. Tevens vernietigde de rechtbank de bestreden uitspraken op bezwaar, bepaalde dat de aanslagen onroerendezaakbelasting overeenkomstig deze nieuwe waarden worden verminderd, en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een transparante en onderbouwde waardebepaling bij WOZ-objecten, zeker bij heterogene vastgoedobjecten zoals hotels, en bevestigt dat de vergelijkingsmethode zorgvuldig moet worden toegepast met voldoende rekening houden met objectverschillen.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de WOZ-waarden van zeven hotels en vernietigt de bestreden uitspraken op bezwaar wegens onvoldoende onderbouwing van de waardebepaling.