Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
inde kluis (die afkomstig was uit box 388) op het hengsel van een Leonardo tas een DNA-spoor van verdachte aangetroffen. Deze tas was gevuld met onder andere wapens en munitie. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij
eenkeer
eentas in
eenbox heeft gezet. De rechtbank begrijpt hieruit dat zijn verklaring ziet op voornoemde Leonardo tas. Op grond hiervan kan worden gesteld dat verdachte tenminste één keer in de kluis, dan wel in de box en in ieder geval in [naam opslag] is geweest, te meer nu dit wordt bevestigd door de camerabeelden die in [naam opslag] hingen. Hierop is waargenomen dat verdachte op 20 mei 2015 met [verdachte 5] en op 13 juni 2015 met [verdachte 6] in [naam opslag] is geweest. Aan de hand van OVC-gesprekken en bakengegevens is verder aannemelijk geworden dat verdachte en [verdachte 5] op 25 mei 2015 bij [naam opslag] zijn geweest. Op 20 mei 2015 en 25 mei 2015 zijn verdachte en [verdachte 5] bij [naam opslag] binnen geweest middels de code van box 40 die kennelijk door [verdachte 9] aan hen ter beschikking was gesteld. Op 13 juni 2015 probeerden verdachte en [verdachte 6] wederom op dezelfde manier [naam opslag] binnen te komen, maar na zes pogingen werden zij door een onbekende man binnengelaten.
nieuwe tas in de schuur’ waarover verdachte [verdachte 5] eerder had verteld. Hierna hebben verdachten de kelderbox verlaten. In de hand van verdachte is op dat moment een sporttas te zien. Zij zijn naar [naam opslag] gereden, waar verdachte – zoals hiervoor overwogen - zeer waarschijnlijk de tas in box 388 heeft neergezet. Dit wordt ondersteund door de camerabeelden van [naam opslag] waarop is te zien dat verdachte en [verdachte 6] in de richting lopen van de boxen 351 t/m 526. Op grond van deze observaties en beelden is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte zich bewust is geweest van de aanwezigheid van de wapens en munitie die zich in de tas (en aanvankelijk in zijn huis) bevonden en dat hij ook de beschikkingsmacht had over de inhoud van die tas. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat hierbij sprake is van medeplegen. Zo heeft verdachte niet alleen met hulp en in het bijzijn van [verdachte 6] gehandeld, ook [verdachte 7] , [verdachte 5] en [verdachte 8] waren blijkens OVC-gesprekken betrokken bij hetgeen gebeurde, want ‘
zij (de rechtbank begrijpt: verdachte en [verdachte 6] )
moeten de ijzers bij hem weghalen’en ‘
die anderen zijn al die ijzers aan het terugleggen (…) want die andere man, die [bijnaam verdachte](de rechtbank begrijpt: verdachte
), is aan het breken dus hij kan gepakt worden.’
allewapens wordt gesterkt door het feit dat op 28 mei 2015 is waargenomen dat verdachte en [verdachte 5] vanuit de [adres] naar het natuurgebied [plaatsnaam] rijden waar zij met een wapen hebben geschoten. Kennelijk was verdachte niet onbekend met het gebruik en de aanwezigheid van een wapen.
ijzers) en munitie - in een OVC-gesprek van 24 mei 2015 wordt bijvoorbeeld gesproken over
een blik met onze bullits waar [bijnaam verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte)
met zijn handen in heeft gezeten.
voorbereidenvan liquidaties komt de rechtbank onlogisch voor. Voorbereiding (artikel 46 Sr Pro) komt na artikel 45 Sr Pro (poging) en is in het leven geroepen om niet gerealiseerde misdrijven, die om andere redenen dan een vrijwillige terugtred, nog niet tot een begin van een uitvoering zijn gekomen toch strafbaar te kunnen stellen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het oogmerk van een criminele organisatie is gericht op onvoltooide misdrijven. Waar de officier van justitie de verdachten ziet als de “afdeling werkvoorbereiding” verliest hij uit het oog dat deze afdeling deel uitmaakt van de organisatie die liquidaties zelf op het oog heeft. Daarnaast levert de verweten voorbereiding (opsporen en/of observeren van beoogde slachtoffers, wapens en auto’s met petflessen met benzine leveren) telkens een deelnemingsvorm aan de liquidatie zelf op. Voor het bestaan van een criminele organisatie is ten slotte niet vereist dat de deelnemers aan de organisatie de misdrijven zelf plegen.
bestemd waren tot het begaan vandatmisdrijf”moeten naar het oordeel van de rechtbank ook de contouren van het (feitelijk) te plegen misdrijf blijken.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
8 (acht) jaar.