Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
€ 81.600,- aan wapens’, ‘spotter’en
‘hitter’. De in de administratie opgenomen uitgaven voor bakensets, kogelwerende vesten, auto’s en PGP-telefoons, vinden bevestiging in feitelijke bevindingen in het onderzoek. Verdachte heeft van al deze goederen wetenschap gehad doordat hij deze heeft geadministreerd. Verdachte is degene langs wie alle goederen passeerden, in of uit. Dat kan hem worden toegerekend, gelet op de duidelijke bestemming van de voorwerpen, zodat kan worden gesproken van opzet op het verwerven van voorbereidingsmiddelen voor het misdrijf moord.
opslag 280 op 30-6-15 niet optellen’. De huur van € 280,- moest uiterlijk 1 juli zijn voldaan. Daarnaast is in de administratie twee keer een uitgave vermeld voor een kluis. Verdachte is ook nog op een andere manier te verbinden met de wapens in de kluizen. In de administratie zijn namelijk uitgaven vermeld van minstens
alleaangetroffen wapens en munitie op zijn minst voorwaardelijk opzet heeft gehad op het voorhanden hebben daarvan en dat hij ook de beschikkingsmacht over die goederen heeft gehad. De rechtbank betrekt bij haar overweging het gegeven dat verdachte geen redelijke, de redengevendheid van de hiervoor genoemde omstandigheden ontzenuwende verklaring heeft gegeven.
voorbereidenvan liquidaties komt de rechtbank onlogisch voor. Voorbereiding (artikel 46 Sr Pro) komt na artikel 45 Sr Pro (poging) en is in het leven geroepen om niet gerealiseerde misdrijven, die om andere redenen dan een vrijwillige terugtred, nog niet tot een begin van een uitvoering zijn gekomen toch strafbaar te kunnen stellen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het oogmerk van een criminele organisatie is gericht op onvoltooide misdrijven. Waar de officier van justitie de verdachten ziet als de “afdeling werkvoorbereiding” verliest hij uit het oog dat deze afdeling deel uitmaakt van de organisatie die liquidaties zelf op het oog heeft. Daarnaast levert de verweten voorbereiding (opsporen en/of observeren van beoogde slachtoffers, wapens en auto’s met petflessen met benzine leveren) telkens een deelnemingsvorm aan de liquidatie zelf op. Voor het bestaan van een criminele organisatie is ten slotte niet vereist dat de deelnemers aan de organisatie de misdrijven zelf plegen. Bij requisitoir heeft de officier van justitie nog schriftelijk toegelicht [25] dat, indien de rechtbank dit oordeel zou vellen, ook kan worden geconcludeerd dat de organisatie het oogmerk had op de gronddelicten zelf. Op dit (subsidiaire) standpunt is door de verdediging geen verweer gevoerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van denaturering van de tenlastelegging geen sprake is indien zij bewezen acht dat de organisatie ook moord en brandstichting tot oogmerk heeft gehad.
bestemd waren tot het begaan vandatmisdrijf”moeten naar het oordeel van de rechtbank ook de contouren van het (feitelijk) te plegen misdrijf blijken.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
het oogmerk heeft gehaddat daarmee opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie wordt vernield, beschadigd of onbruikbaar wordt gemaakt, stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, in de tenlastelegging ontbreekt. Verdachte dient daarom van dit feit te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en de maatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
8 (acht) jaar.