Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2016 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres, en
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2016.
Rechtbank Amsterdam
Eisers, een partnerschap waarbij de een een eenmanszaak exploiteert op hetzelfde adres als de woning, kregen hun bewoners- en bedrijfsvergunningen ingetrokken omdat zij beschikken over een stallingsplaats. De vergunningen werden ingetrokken op grond van de Parkeerverordening Amsterdam 2013, die voorschrijft dat het aantal vergunningen wordt verminderd met het aantal stallingsplaatsen waarover men kan beschikken.
Eisers voerden aan dat dezelfde stallingsplaats niet zowel aan het bedrijf als aan de woning kan worden toegerekend en dat het bedrijf als zelfstandige juridische entiteit niet over een stallingsplaats kan beschikken. De rechtbank oordeelde dat bij een eenmanszaak juridisch geen onderscheid bestaat tussen de eigenaar als privépersoon en als ondernemer, en dat de stallingsplaats daarom ook bij het bedrijf behoort.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De vergunningen waren tijdelijk en stilzwijgend verlengd, en andere bewoners met oudere vergunningen vallen onder een overgangsregeling. Het beroep op de hardheidsclausule werd ook verworpen omdat er geen schrijnende omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de intrekking van de vergunningen. De uitspraak werd gedaan door rechter L.H. Waller op 25 oktober 2016.
Uitkomst: De beroepen tegen de intrekking van de bewoners- en bedrijfsvergunning worden ongegrond verklaard.