Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding waarin Di-Ann Hotel Management en een medeaandeelhouder (Di-Ann c.s.) verzochten het conservatoir beslag op de inventaris van het hotel Di-Ann op te heffen of nietig te verklaren, dan wel de executie van het vonnis te staken. Het beslag was gelegd in 2003 door voormalige vennoten van de ontbonden vennootschap onder firma die het hotel exploiteerde.
Di-Ann c.s. voerde aan dat het beslag onduidelijk omschreven was, niet correct betekend, en dat de huidige inventaris na de beslaglegging was vervangen en eigendom was van Di-Ann Hotel Management, die geen partij was in het geschil. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag voldoende specifiek was omschreven en dat de betekening rechtsgeldig was geschied. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de inventaris was vervangen door nieuwe goederen die buiten het beslag vielen.
De rechtbank verwierp het beroep op kennelijke juridische misslagen en oordeelde dat het beslag executoriaal was geworden door het verkrijgen van een executoriale titel en de betekening daarvan. De vorderingen van Di-Ann c.s. werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. De executoriale verkoop mocht doorgaan, met de kanttekening dat de deurwaarder niet mag executeren op goederen die niet onder het beslag vallen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verbod op executoriale verkoop af en veroordeelt Di-Ann c.s. in de proceskosten.