ECLI:NL:RBAMS:2015:3279

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
1 juni 2015
Zaaknummer
13/706493-10, 15/2370
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 9 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering voor uitvoering interneringsmaatregel ondanks langdurig verblijf in Nederland

De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door België voor de uitvoering van een interneringsmaatregel van onbepaalde duur. De opgeëiste persoon, een Belg die sinds lange tijd in Nederland woont, werd in 1996 tot ongewenst vreemdeling verklaard. De verdediging voerde aan dat de weigeringsgronden van de Overleveringswet van toepassing waren, omdat de interneringsmaatregelen niet meer uitvoerbaar zouden zijn en de opgeëiste persoon niet langer een gevaar vormt.

De rechtbank oordeelde dat het langdurige verblijf en de integratie in Nederland niet leiden tot rechtmatig verblijf, aangezien de opgeëiste persoon ongewenst vreemdeling is verklaard. Hierdoor kan hij geen beroep doen op de weigeringsgrond van artikel 6, vijfde lid OLW. Tevens is de beoordeling van de voortzetting van de interneringsmaatregelen een zaak voor de Belgische rechter. Er was geen bewijs dat de maatregelen niet meer uitvoerbaar zijn.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan voor de uitvoering van de interneringsmaatregel in België. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering toe voor de uitvoering van de interneringsmaatregel ondanks het langdurige verblijf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/706493-10
RK nummer: 15/2370
Datum uitspraak: 22 mei 2015
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 april 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 april 2009 door het Parket van de Procureur des Konings te Antwerpen, België, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats], België, op [geboortedag] 1948,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres, te plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 mei 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R.A. Bosman.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Belgische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
vonnisvan de correctionele rechtbank te Turnhout van 9 juli 1986 en een
beschikkingvan de Raadkamer Turnhout van 2 december 1988.
Referentie: INT 5384.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende (beveiligings-)maatregel van onbepaalde duur, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis en voornoemde beschikking.
Dit vonnis betreft achttien feiten en de beschikking van de Raadkamer betreft twee strafbare feiten, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 8, 18, 20 en 23, te weten:
Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
Georganiseerde of gewapende diefstal
Oplichting
Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.
5.
De weigeringsgrond van artikel 6 vijfde Pro lid OLW in verbinding met artikel 6, tweede lid OLW.
Standpunt raadsman
De raadsman heeft een beroep gedaan op bedoelde weigeringsgrond en daartoe aangevoerd dat de opgeëiste persoon al jaren in Nederland verblijft, sinds 2006 staat ingeschreven, in Nederland een vaste relatie , werk en pensioenrechten heeft. Tot 2001 heeft hij ook in Nederland strafbare feiten gepleegd, maar hij is daarna keurig ‘opgedroogd’ en neemt deel aan de Nederlandse samenleving.
Wat er ook zij van de ongewenstverklaring, er is de reële mogelijkheid dat deze maatregel wordt ingetrokken indien de opgeëiste persoon daartoe een aanvraag indient. Tot op heden is dat niet gebeurd, maar de opgeëiste persoon heeft inmiddels een aanvraag daartoe gedaan. De opgeëiste persoon verkeerde in de veronderstelling dat de ongewenstverklaring inmiddels verjaard was.
Standpunt officier van justitie
De positie waarin de opgeëiste persoon zich bevindt levert niet de gelijkstelling op in de zin van artikel 6, vijfde lid OLW. De opgeëiste persoon verblijft in Nederland als ongewenst vreemdeling en alleen al om die reden is zijn verblijf hier niet rechtmatig.
Oordeel rechtbank
Wat er ook zij van de lange duur die de opgeëiste persoon reeds in Nederland verblijft en zijn op het eerste gezicht geslaagde integratie in de Nederlandse samenleving, feit blijft dat hij bij beschikking van de Minister van Justitie in 1996 in Nederland tot ongewenst vreemdeling is verklaard en alleen al om die reden geen beroep kan doen op de weigeringsgrond van artikel 6 vijfde Pro lid OLW in verbinding met artikel 6 tweede Pro lid OLW. Hij heeft immers niet rechtmatig in Nederland verbleven.

6.De weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid aanhef en onder e, 2e OLW

Standpunt raadsman
De raadsman heeft betoogd dat de interneringsmaatregelen niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn. Duidelijk is dat de resocialisatie is geslaagd en dat de opgeëiste persoon niet langer een gevaar vormt voor de samenleving of voor zichzelf. De overlevering moet op die grond worden geweigerd.
Standpunt officier van justitie
Of de interneringsmaatregelen waartoe de opgeëiste persoon in België tot twee keer toe is veroordeeld moeten worden gecontinueerd is een beslissing die aan de Belgische rechter is en niet aan de overleveringsrechter.
Oordeel rechtbank
Beoordeling of de continuering van de interneringsmaatregelen geïndiceerd is, is aan de Belgische rechtbank die daartoe haar toetsingsmomenten kent. Dat de vrijheidsbenemende maatregelen niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn, is de rechtbank ook overigens niet gebleken.

7.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Parket van de Procureur des Konings te Antwerpen, België, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de interneringsmaatregel, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.C. Enkelaar, voorzitter,
mrs. S.J. Riem en B. Poelert, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 mei 2015.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.