Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
driepersonen hebben gezeten, waarvan twee in ieder geval hebben geschoten: de bijrijder en de man op de achterbank. Dat kan met zekerheid worden vastgesteld aan de hand van de getuigenissen van [naam 1] en [naam buurtbewoner], alsmede de verklaring van [getuige], in combinatie met die van de motoragenten, alles in onderling verband en samenhang beschouwd. Getuige [naam 1] heeft vanaf de allereerste verhoren stellig en eenduidig verklaard dat hij drie personen in de Audi heeft zien zitten. Dat hij ter plaatse – om 22.50 uur - in een (112) gesprek slechts twee namen heeft genoemd, dwingt geenszins tot de conclusie dat er maar twee personen in de auto hebben gezeten. Het gegeven dat de schutter die als laatste op [slachtoffer 2] schoot, op de bijrijdersstoel plaatsnam, waarna even later vanaf de achterbank van de Audi met een ander vuurwapen (de AK) op de politieagenten is geschoten, duidt eveneens op een derde inzittende.
Audiruit in de bewijswaarding wordt betrokken, maakt dit niet anders, te meer nu niet is aangevoerd noch aannemelijk is geworden dat verdachte veelvuldig in aanraking kwam met gebarsten voorruiten van een of meerdere andere Audi’s.
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Benadeelde partijen
[motoragent 1]een bedrag van € 10.000,-- gevorderd aan immateriële schade.
[motoragent 2]een bedrag van € 15.000,-- gevorderd aan immateriële schade.
[naam 1]een bedrag van € 7.500,-- gevorderd aan immateriële schade.
[naam 10 broer slachtoffer 2](broer van slachtoffer) een bedrag van € 17.500,-- gevorderd aan immateriële schade, bestaande uit affectieschade.
[naam 11](vader van slachtoffer) een bedrag van € 20.000,-- gevorderd aan immateriële schade.
[naam 12](moeder van slachtoffer) een bedrag van
[naam 13](zus van slachtoffer) een bedrag van € 17.500,-- gevorderd aan immateriële schade en een bedrag van € 75,-- aan materiële kosten.
[naam 14 zus slachtoffer 2](zus van slachtoffer) een bedrag van € 17.500,-- gevorderd aan immateriële schade en een bedrag van € 75,-- aan materiële kosten.
[naam 15], (broer van slachtoffer) een bedrag van € 17.500,-- gevorderd aan immateriële schade en een bedrag van € 313,96 aan materiële kosten.
[naam 16], (zus van slachtoffer) een bedrag van € 17.500,-- gevorderd aan immateriële schade en een bedrag van € 2.337,52 aan materiële kosten.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
levenslange gevangenisstraf.
[motoragent 1], domicilie kiezende bij Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, DPA/Preventie en Zorg/IPS, Postbus 2287, 1000 CG Amsterdam, toe tot
[motoragent 2], domicilie kiezende bij Regiopolitie Amsterdam-Amstelland, DPA/Preventie en Zorg/IPS, Postbus 2287, 1000 CG Amsterdam, toe tot
[naam 1], verblijvende in PI ‘[detentiegegevens], toe tot
€ 3.000,-- (drieduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[naam 10 broer slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
[naam 11]niet-ontvankelijk in zijn vordering.
[naam 12], woonachtig aan de [adres ], toe tot
€ 75,-- (vijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[naam 13], woonachtig aan [adres ], toe tot
€ 75,-- (vijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[naam 10 broer slachtoffer 2], woonachtig aan [adres ], toe tot
€ 75,-- (vijfenzeventig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
[naam 15], woonachtig aan [adres ], toe tot
€ 313,96 (driehonderdendertien euro en zesennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 313,96 (driehonderdendertien euro en zesennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 6 (zes) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.
[naam 16], woonachtig aan [adres ], toe tot
€ 2.337,52 (tweeduizenddriehonderdenzevenendertig euro en tweeënvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 2.337,52(tweeduizenddriehonderdenzevenendertig euro en tweeënvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 33 (drieëndertig) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.