ECLI:NL:RBAMS:2015:1111
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bedrijfsparkeervergunning wegens ontbreken adres in Basisregistratie Adressen en Gebouwen
Verzoeker, eigenaar van een eenmanszaak, kreeg zijn bedrijfsparkeervergunning ingetrokken omdat het bezoekadres van zijn onderneming niet voorkomt in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, baseerde de intrekking op de Parkeerverordening en het Uitwerkingsbesluit, die voorschrijven dat een bedrijfsvergunning alleen kan worden verleend aan bedrijven gevestigd op een adres dat in de BAG is geregistreerd.
Verzoeker voerde aan dat het bezoekadres wel degelijk een zelfstandige werkruimte betreft met eigen opgang en dat dit adres in het Handelsregister staat ingeschreven. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat voor het verlenen van parkeervergunningen de authentieke gegevens uit de BAG leidend zijn en dat het bezoekadres niet als zelfstandig adres in de BAG voorkomt. De registratie in het Handelsregister is voor andere doeleinden en niet doorslaggevend.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel verworpen. De rechtbank stelde vast dat het bestuursorgaan verplicht was de vergunning in te trekken bij het ontbreken van een geldig adres volgens de BAG. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bedrijfsparkeervergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.