ECLI:NL:RBAMS:2014:1915
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- C.W.M. Giesen
- M.L. van Emmerik
- Rechtspraak.nl
Terugvordering Wet Participatiebudget wegens onrechtmatige besteding en niet tijdige verantwoording
De rechtbank Amsterdam heeft op 15 april 2014 uitspraak gedaan in drie zaken betreffende terugvordering van middelen uit het Wet Participatiebudget (WPB) door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeenten Laren, Blaricum en Eemnes.
De gemeenten hadden hun financiële verantwoording over 2010 ingediend met accountantsverklaringen waarin onzekerheden werden gerapporteerd vanwege ontbrekende gegevens van een uitvoerende derde partij. Verweerder stelde dat de rechtmatigheid van de bestedingen niet kon worden aangetoond en vorderde terugbetaling van de onrechtmatig bestede bedragen. De rechtbank oordeelde dat de strikte verantwoordingssystematiek van de WPB vereist dat de rechtmatigheid uiterlijk 15 juli van het volgende jaar moet zijn aangetoond. Omdat de gemeenten deze termijn niet hadden gehaald en geen kennelijke fouten waren vastgesteld, was terugvordering terecht.
Het beroep van Eemnes werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De beroepen van Laren en Blaricum werden inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verzoek om een hersteltermijn, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. De uitspraak bevestigt de noodzaak van tijdige en juiste verantwoording binnen de WPB-regelgeving.
Uitkomst: Beroep Eemnes niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; beroepen Laren en Blaricum ongegrond verklaard.