ECLI:NL:RBAMS:2013:4852
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Wet tijdelijke verruiming ketenregeling en rechtsvermoeden omvang arbeidsovereenkomst bij oproepcontract
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en EF International Language Schools over de omvang en het tijdstip van het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de Wet tijdelijke verruiming ketenregeling (wtk) en het beroep op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW voor de omvang van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de wtk, die onderscheid maakt naar leeftijd en vier tijdelijke contracten toestaat voor jongeren onder 27 jaar, binnen de ruime beoordelingsvrijheid van lidstaten valt en niet in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie in het Unierecht. Dit oordeel werd onderbouwd met jurisprudentie van het EU Hof van Justitie en de parlementaire geschiedenis.
Verder werd vastgesteld dat de werknemer vanaf 1 maart 2012 een oproepcontract had en op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW aanspraak kan maken op loon gebaseerd op het gemiddelde aantal gewerkte uren in de voorafgaande periode. De kantonrechter stelde een referteperiode van twaalf maanden vast vanwege seizoenspieken en bepaalde het gemiddelde aantal uren op circa 108 per maand. EF werd veroordeeld tot betaling van het loon vanaf die datum, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: EF wordt veroordeeld tot betaling van loon op basis van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW vanaf 1 maart 2012.