Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- namens EuroChem mr. Koppenol-Laforce en mr. Hetterscheidt;
- namens IMR mr. Limperg en mr. Elseman en hun kantoorgenoot
Rechtbank Amsterdam
EuroChem Volga-Kaliy LLC heeft een verzoek ingediend tot het leggen van conservatoir beslag op roerende zaken en aandelen van International Mineral Resources B.V. (IMR), alsmede derdenbeslag, ter zekerheid van een schadevordering van €886.490.000,-. Deze vordering vloeit voort uit een arbitrageprocedure tegen Shaft Sinkers (ShS) wegens bedrog en omkoping, waarbij IMR als aandeelhouder en toezichthouder van ShS aansprakelijk wordt gesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat EuroChem summierlijk deugdelijk heeft aangetoond dat IMR mogelijk aansprakelijk is voor het onrechtmatig handelen van ShS, mede vanwege de invloed van IMR op ShS en de betrokkenheid van een door IMR benoemde bestuurder. IMR heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij invloed had en dat ShS zelfstandig opereerde.
Hoewel IMR bezwaar maakt tegen het beslag vanwege de verpanding van aandelen en mogelijke ernstige gevolgen, acht de voorzieningenrechter het bezwaar speculatief en weegt het belang van EuroChem bij beslaglegging zwaarder. Het verlof tot beslaglegging wordt daarom definitief verleend, met de mogelijkheid voor IMR om later opheffing of zekerheidstelling te vorderen als de situatie dat vereist.
Uitkomst: Definitief verlof verleend tot het leggen van conservatoir beslag op aandelen en roerende zaken van IMR ter zekerheid van de vordering van EuroChem.