ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ6316
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toedeling depotbedragen bij onroerendgoedtransactie en rechtsverhouding tussen partijen
In deze zaak staat de vraag centraal aan wie depotbedragen toekomen die in 1997 bij een notaris zijn gestort ter zekerheid van nakoming van verplichtingen door de verkoper in een onroerendgoedtransactie. De bedragen zijn twaalf jaar in depot gebleven zonder uitbetaling. In 2007 is het onroerend goed overgedragen aan een derde partij, Vermeer 6, die aanspraak maakt op de depotbedragen. De oorspronkelijke koper IFH 20 is gefuseerd in IFH 53, en samen met de oorspronkelijke verkoper IJsselstaete vordert zij uitbetaling van de depots.
De rechtbank oordeelt dat de depotbedragen deel uitmaken van een gemeenschap tussen IJsselstaete en IFH 20 (en diens rechtsopvolger IFH 53), en dat deze rechten niet automatisch zijn overgegaan op Vermeer 6 bij de overdracht van het onroerend goed. De rechten op de depots zijn persoonlijk en niet als kwalitatief recht verbonden aan het onroerend goed, mede omdat de rechten niet bij de koopprijs zijn betrokken en de onderliggende verplichtingen zijn verjaard.
De rechtbank wijst de vorderingen van Vermeer 6 af en veroordeelt de notaris De Brauw tot uitbetaling van de depotbedragen aan IJsselstaete, vermeerderd met rente vanaf 1997. De notaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten door IJsselstaete worden afgewezen omdat de notaris niet in verzuim is geweest. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen behalve voor de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de notaris tot uitbetaling van de depotbedragen aan IJsselstaete en wijst de vorderingen van Vermeer 6 af.