ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0007
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling ondanks terugkeerrichtlijn
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die op 2 maart 2011 in Nederland werd aangetroffen terwijl hij was verklaard tot ongewenst vreemdeling sinds 1998. De verdediging voerde aan dat de strafbaarstelling op grond van artikel 197 Sr Pro niet van toepassing was vanwege de implementatie van de Terugkeerrichtlijn en het ontbreken van een geldig terugkeerbesluit met inreisverbod binnen de maximale termijn.
De rechtbank oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn weliswaar rechtstreekse werking heeft, maar dat Nederland geen gebruik heeft gemaakt van de uitzonderingsmogelijkheid om strafrechtelijke sancties uit te sluiten voor vreemdelingen die verplicht zijn tot terugkeer. De ongewenstverklaring bleef daarmee rechtsgeldig en strafbaar volgens artikel 197 Sr Pro.
Verder stelde de rechtbank vast dat de terugkeerprocedure volledig was doorlopen en dat verdachte geen geldige reden had om niet terug te keren. De bewijslast hiervoor lag bij het Openbaar Ministerie. De rechtbank wees het beroep op artikel 1 Sr Pro af omdat de wetswijzigingen geen gunstiger inzicht in strafwaardigheid voor verdachte betekenden.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot twee maanden gevangenisstraf, waarbij werd meegewogen dat de strafoplegging kan voorkomen dat verdachte opnieuw illegaal terugkeert. De straf werd opgelegd ondanks dat de uitvoering van de gevangenisstraf pas mogelijk is bij een eventuele terugkeer naar Nederland.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling.